Palmblad.nl

exotische dieren en planten

Daggekko’s

Posted by admin on apr 16, 2015 under

WordPress databasefout: [Table 'lijfrent_palm.wp_automaticSEOlinks' doesn't exist]
select * from wp_automaticSEOlinks where idGroup=0

Rondlopend op een van de vele reptielenbeurzen valt het soms op, dat de eens zo populaire daggekko’s nog maar nauwelijks vertegenwoordigd zijn. Er worden een paar wildvang- en nakweekdieren aangeboden; grotendeels vormen van de grote soort Phelsuma madagascariensis. Dat komt gedeeltelijk vanwege de exportbeperkingen, die er gelden voor deze hagedissen. Maar toch, er is nog altijd een aantal mensen, dat zich fanatiek op het verzamelen en kweken van deze fraaie hagedisjes stort. Aan een van hen, lvan Nagorny, bracht ik een bezoek.

Daggekko’s zijn een groep van vaak kleurrijke hagedissen van Madagaskar en enkele eilanden in de Indische Oceaan. Deze gekkootjes werden in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw regelmatig in West-Europa geïmporteerd en werden al snel geliefde terrariumdieren. Naarmate er meer over deze dieren bekend werd, leken ze ook steeds makkelijker te houden en te kweken. Aanvankelijk werden deze dieren gehouden als insecteneters, die af en toe wel eens wat zoete vloeistof oplikten. Experimenten van liefhebbers leidden ertoe, dat voor vele soorten zoete papjes het hoofdvoedsel is geworden en nu zelfs als kant-en-klaar voedsel in speciaalzaken te koop is. Diezelfde speciaalzaken bieden nu ook materialen om het de daggekko’s nog meer naar de zin te maken: lampen, bamboestengels en zo meer…

P. abotti chekei – juveniel Daggekko’s zijn ook een diergroep, die blijkbaar nogal eens een vorm van verzamelwoede weet los te woelen. Meer dan eens houden liefhebbers tientallen dieren in verschillende soorten en typen in speciaal daarvoor ingerichte ruimten. Maar ook onder de gewone liefhebbers zijn er velen, die graag enkele daggekko’s zullen houden. Het aantal soorten, dat nog af en toe geëxporteerd mag worden, is echter beperkt en de nakweek ervan nog lang niet overvloedig.

Opkweekbakjes

Ivan begon ooit met vogels: tropen, wildzang en uiteindelijk kanaries, maar vanwege zijn vorige studie kon hij daar niet mee doorgaan. En toen kreeg hij ooit een Phelsuma madagascariensis cadeau. Helaas, de informatie bij dat eerste dier was niet helemaal zoals die had moeten zijn en het dier was geen lang leven beschoren. Maar het zaad was gezaaid en Ivan begon opnieuw met daggekko’s, ditmaal met Phelsuma quadriocellata en dit keer met succes. Ivan heeft zijn daggekko’s op twee locaties. Een deel in zijn slaapkamer en een deel in een speciaal ingericht kamertje op zolder. Daar zit bij elkaar een imposante collectie dieren. Inclusief de opkweekbakjes staan er meer dan honderd bakken en bakjes met daarin 32 soorten daggekko’s. Van die 32 hebben er zich het afgelopen jaar 22 bij Ivan voortgeplant. In totaal werden dat 175 jongen, zodat er te weinig bakjes zijn om alle dieren apart op te kweken. Zodoende zitten er regelmatig meer jonge dieren bij elkaar.

Broedstoof met eieren

Over de stellingen en door de lichtkappen loopt een paartje Phelsuma nigristriata los. Aanvankelijk dacht ik een ontsnapt exemplaar betrapt te hebben, maar dat bleek een vals alarm. “Het is wel opvallend, dat deze loslopende dieren veel minder schuw zijn dan hun soortgenoten in de bakken.” En inderdaad, de loslopende gekkootjes laten zich makkelijker fotograferen. De bakken hebben allerlei formaten, in het algemeen ruim genoeg voor de erin gehuisveste dieren. In een bak houdt Ivan meestal een paartje, soms een groepje van een mannetje met meer vrouwtjes. Een uitzondering vormt een bakje met vier mannetjes en dubbel zoveel vrouwtjes van Phelsuma klemmeri. Die soort is bekend als onderling minder agressief dan de meeste andere daggekko’s en terecht blijkt hier weer.

De temperaturen in de terrariumkamer zijn in de winter overdag 25 graden en in de nacht mag het afkoelen tot 16 graden. In de zomer zijn de dagtemperaturen hoger, voornamelijk doordat de dag dan langer duurt, maar ook dan mag de nachttemperatuur tot bij de 16 graden dalen. In de winter krijgen de daggekko’s tien uur licht per etmaal, in de zomer dertien uur. In alle bakken zit een sproeisysteem, het eenvoudige systeem van Gardena. Wel gebruikt hij om te sproeien water via omgekeerde osmose om de ruiten en planten kalkvrij te houden.

“Ik gebruik allerlei lampen door elkaar. Elke bak lijkt wel een eigen combinatie te hebben.” Ivan gebruikt spotjes, tl’s, spaarlampen, uv-lampen, HQI, HQL, maar: “Ik kan eerlijk gezegd niet zeggen, dat er veel verschil in resultaat is tussen de ene en de andere lamp.” Het lijkt erop, dat het in Ivan’s situatie niet veel uitmaakt of de dieren nu wel of niet een hoeveelheid uv ontvangen. Wel is de intensiteit van belang. Over Phelsuma breviceps wordt gezegd, dat ze alleen onder HQI te houden zouden zijn. “Ik heb ook zo’n lamp boven, maar een vriend van me is diezelfde gekko’s aan het kweken onder gewone tl’s…” De bak met Phelsuma breviceps valt op door de aanwezigheid van een stekelige plant, Euphorbia stenoclada. “Ooit als stek op de beurs in Hamm gekocht, omdat dat de plant is van de natuurlijke biotoop van P. breviceps. Maar ze vinden Sansevieria’s ook leuk, hoor. Al moet ik zeggen, ze zitten er vaak in, in die E. stenoclada.” Deze bak wijkt qua inrichting nogal af van de andere bakken in de kamer. De stekelige, fijnbladerige Euphorbia en een ruwe kurkschorsstam geven de indruk van een droog stekelstruikjeslandschap. In de andere bakken zijn de Sansevieria’s en bamboestokken overheersend. De meeste daggekko’s hebben een voorkeur voor grote, gladde oppervlakken. Als daar geen natuurlijke versie van aangeboden wordt, zoeken ze wel een kunstmatig groot glad oppervlak en dat is dan meestal de voorruit. Dat levert niet alleen het probleem op, dat de fraaie dieren alleen van de buikzijde te zien zijn. De dieren houden er ook van om hun behoefte op gladde oppervlakken te doen en een zojuist schoongemaakte voorruit heeft een bijzondere aantrekkingskracht op de dieren.

P. v-nigra v-nigrapap

De daggekko’s van Ivan krijgen ook een door hem samengesteld papje als basisvoedsel, maar Ivan heeft er geen vast recept voor. In een kastje onder het aanrecht staan allerlei spullen om zoete papjes te maken. Babyvoeding met fruitsmaak gebruikt hij het meest en verder lorivoer, roosviceé en allerlei kant-en-klaar voer. “Ik doe steeds eigenlijk weer iets anders. Een vast recept heb ik niet.” Voor het toevoegen van vitaminen worden ook insecten ingezet. Als insecten krijgen de daggekko’s fruitvliegen en kleine krekeltjes. “Vliegjes hebben als voordeel, dat mineralen- of vitaminepoeder er goed aan blijft kleven. Beter dan aan krekels.”

“Als beste soort voor de beginner zou ik Phelsuma lineata dorsivittata willen aanbevelen. Die dieren kweken bij mij onder bijna alle omstandigheden. Zelfs een paartje in nood gehuisvest in een bakje van 30 x 30 x 30 centimeter produceerde nog de nodige jongen. Uit &eachute;&eachute;n koppel kreeg ik in &eachute;&eachute;n jaar 23 jongen. Voor wie met een grotere soort wil beginnen, zijn Phelsuma madagascariensis-vormen een goede start, behalve dan de ondersoort P. m. boehmei.”

“In het begin was ik erg netjes op alles. Elke week goed bakken schoonmaken, de ruiten ook en zo, maar op een gegeven moment moest ik enige weken naar het ziekenhuis en moest ik de verzorging overlaten aan mijn broer. De bakken zagen er niet uit, toen ik weer thuiskwam. Maar ze zaten wel vol met eieren! Sinds die tijd heb ik als uitgangspunt, dat de dieren ook hun rust nodig hebben.” Hetgeen overigens niet betekent, dat het nu op de daggekkokamer van Ivan een rommeltje is. Integendeel.

“Ik heb nu tijd voor al deze dieren, omdat ik vrij veel van mijn studie thuis kan doen en daarom veel tijd bij mijn dieren kan doorbrengen. Maar als ik in de toekomst zou moeten minderen, denk ik, dat ik me meer op de soorten van de Mascarenen zou gaan specialiseren: P. borbonica, P. ornata, P. cepediana en zo. Mijn lievelingssoort op het moment is Phelsuma borbonica, denk ik. En ik zou nog graag Phelsuma barbouri willen houden, maar daar is lastig aan te komen. Dat is toch een heel bijzondere soort met een nogal afwijkende levenswijze. Een bodembewoner eigenlijk.”

Liefhebers

“De meeste dieren heb ik gekocht op beurzen, met name die in Hamm in Duitsland. De eerste keer, dat ik daar kwam, kwam ik terug met wel 25 dieren. Voor de zeldzamere en speciale soorten is er geen andere bron te bedenken. Phelsuma-liefhebbers onderling verkopen dieren eerder dan dat ze ze ruilen.” Contacten met andere liefhebbers heeft Ivan volop. Binnen Nederland is er een aantal liefhebbers met een vergelijkbare verzameling en over de grens zijn er nog meer. Een verzamelpunt voor daggekkoliefhebbers in Duitsland en ook voor de Benelux is er IG Phelsuma, de interessegroep Phelsuma’s. Verder heeft Ivan een eigen website, waar Phelsuma-liefhebbers van over de hele wereld discussiëren over van alles en nog wat met Phelsuma’s te maken heeft. Uit die discussies komen nieuwe en originele ideeën naar boven: “Eigenlijk leer ik daar nog het meeste van…”
Andere informatie haalt Ivan uit een drietal boeken, speciaal over daggekko’s: ‘Fascinierende Taggeckoes’ van Hallmann, Kruger en Trautmann, McKeown’s ‘The general care and maintenance of Day geckoes’ en een recent uitgekomen boek ‘Day Geckoes in Captivity’ van Leann Christensen. De laatste is overigens ook een regelmatige bezoeker van de discussiefora in Ivan’s website.
In sommige boeken en tijdschriften is het uitgangspunt van het houden van daggekko’s niet zoals bij ons een binnenterrarium. Daggekko’s worden ook gehouden in subtropische streken als Californië en Florida, hetgeen gelegenheid geeft om de dieren het hele jaar door buiten te houden. Toch is het in onze streken ook niet helemaal onmogelijk om de dieren een deel van het jaar buiten te houden. “Voor de komende zomer heb ik het plan een aantal soorten in gazen kooien buiten op het balkon te gaan houden. Echte zonnestraling lijkt toch nog steeds een gunstig effect op de dieren te hebben, al was het alleen maar op hun kleur.”

Schuw

Bij een rondgang door de kamer van Ivan blijken ook de verschillen in karakter tussen de verschillende soorten. De kleine loslopende P. nigristriata maken zich niet echt druk om de aanwezigheid van mensen. Ook de P. klemmeri trekken zich weinig aan van toeschouwers.
‘Phelsuma breviceps’
Phelsuma breviceps Aan de andere kant van het spectrum zitten soorten als Phelsuma inexpectata, die zich bij de minste of geringste aandacht uit de voeten maakt. Ook Phelsuma andamanensis en pserraticauda laten zelden meer dan een flits van zichzelf zien. Het karakter van de dieren is wel enigszins het gevolg van de huisvesting. Dieren, die in een drukkere ruimte zitten, worden na verloop van tijd minder schuw of laten zich definitief nooit meer zien.

Onkruid

De enige andere diersoorten in de kamer van Ivan zijn een paar gifkikkers in een paludarium en een kolonie (inmiddels) van de parthenogenetische gekko Lepidoblepharis lugubris. “Dat is bijna ongedierte aan het worden. Omdat er maar een enkel vrouwtje nodig is voor de voortplanting, gaat dat bijna altijd goed. Binnen een jaar kan zo’n vrouwtje wel twintig nakomelingen hebben gekregen, die dan elk weer na een halfjaar voor zichzelf…”