Bolleettongsalamanders
Ook in de tropen zoeken salamanders de koele natte plekjes op. Niet dat er nu zoveel tropische salamanders zijn. Kikkers hebben juist in de tropen hun grootste verspreiding en meeste soorten, maar salamanders lijken zich te hebben beperkt tot het noordelijk halfrond, boven de keerkring. Maar op een paar plaatsen komen er wel salamanders de echte tropen binnen. Eén soort een klein stukje in Zuidoost-Azië en een hele serie soorten leeft in de regen-, nevel- en bergwouden van tropisch Amerika. Tot die laatste groep behoren ook de bolleettongsalamanders: Bolitoglossa.
Toen ik in de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw op de Cerro la Muerte op Costa Rica rondliep, vond ik daar onder elke steen, stok of losse plak mos wel een salamander. Soms één, vaker twee of drie en soms wel acht. De aantallen salamanders waren echt ongelooflijk groot. Het betrof de soort Bolitoglossa pesrubra, een nogal variabele soort van het gebergte. Bolitoglossa’s wijken nogal af van wat wij van salamanders gewend zijn. Zo eten ze bijvoorbeeld ook wel vliegen en andere snelle insecten, die ze met hun paddestoelachtige tong weten te schieten (zie voor een mooi filmpje van deze beweging: autodax.net/Bsubmovie.htm). Verder doen ze aan autotomie. Dat wil zeggen, dat ze in geval van nood net als vele hagedissen hun staart kunnen afwerpen.
Af en toe worden boleettongsalamanders ingevoerd en als terrariumdier aangeboden. Bolitoglossa pesrubra niet, want die soort komt alleen voor in gebieden, waar hij beschermd wordt. Uit de jaren zeventig van de twintigste eeuw zijn er enkele verslagen van het houden van deze dieren onder de naam van een andere Costaricaanse soort: Bolitoglossa subpalmata. Daaruit volgt, dat het makkelijk houdbare dieren zijn, mits de temperatuur niet hoog wordt: 25 graden Celsius kan al dodelijk zijn. Bolitoglossa pesrubra is een soort, die vooral in de nacht actief is en zich overdag schuilhoudt. Aangezien het in de nacht nogal koud is op de Cerro la Muerte ligt de temperatuur, waarbij deze dieren actief zijn, uitgesproken laag: tussen de 0 en 10 graden. De dieren zijn weinig beweeglijk en gemerkte dieren werden in de natuur nauwelijks verder dan een meter van hun oorspronkelijke vindplaats teruggevonden. In lager gelegen gebieden leven deze en andere soorten ook in kokerbromelia’s. In terraria zijn de meeste soorten zelden te zien, ook al omdat ze er vaak spoorloos in verdwijnen en dan pas na maanden of zelfs jaren weer teken van leven geven.