Palmblad.nl

exotische dieren en planten

Tepelcactussen

Posted by admin on mei 22, 2011 under

WordPress databasefout: [Table 'lijfrent_palm.wp_automaticSEOlinks' doesn't exist]
select * from wp_automaticSEOlinks where idGroup=0

Vanwege hun niet al te grote formaat en de betrekkelijk eenvoudige cultuur van de meeste soorten lenen de tepelcactussen van het geslacht Mammillaria zich bij uitstek voor het aanleggen van een verzameling.

Mammillaria droegeana (?)
Verschillende liefhebbers over de hele wereld, ook in de Benelux, zijn daaraan begonnen, met wisselend succes. Een gevolg daarvan is, dat er verenigingen van gespecialiseerde Mammillaria-liefhebbers zijn, verschillende boeken uitsluitend over Mammillaria en niet te vergeten verschillende opvattingen over de naamgeving van de Mammillaria’s.

Dat mag niemand er van weerhouden om zich eens aan een Mammillaria te wagen. Want die gespecialiseerde liefhebbers hebben wel een beetje gelijk. Tepelcactussen hebben een aantal aantrekkelijke eigenschappen. Het meestal handzame formaat bijvoorbeeld, de relatief makkelijke cultuur en de aparte bloei, gevolgd – als het meezit – door het ontstaan van aantrekkelijk gekleurde bessen. Deze cactussen produceren veel, maar vrij kleine bloemen in een cirkel achter de groeipunt. Die manier van bloeien maakt een tepelcactus onmiskenbaar. De naam tepelcactussen komt van de tepelachtige uitsteeksels op de stam van de planten. Daarop staan de doorns in een kransje met soms een extra dikke, vaak gezaagde stekel in het midden. Die doorns zijn ook een deel van de aantrekkelijkheid van de planten, omdat ze extra kleur geven.De doorns geven de plant bescherming tegen de zon. De soorten die er van afstand grijs of geel uitzien, kunnen dank zij deze bescherming de volle zon in hun land van oorsprong weerstaan. Daar hebben ze hier in onze streken ook geen problemen mee. Te dicht bij het glas is volle zon voor elke plant gevaarlijk, zelfs voor deze erkende zonliefhebbers. Natuurlijk is er geen handleiding te geven, die voor alle soorten – ongeveer driehonderdvijftig – opgaat, maar een gemiddelde is er wel.

Mammillaria’s komen uit de droge streken van Mexico en aangrenzende gebieden in de Verenigde Staten. De temperaturen, die de planten wensen, zijn een beetje afhankelijk van hun oorspronkelijk woongebied. De meeste soorten zijn echter warmteliefhebbers in de zomer en moeten koel en droog staan in de winter. Koel, maar vorstvrij, al schrikken ze misschien niet van een nachtvorstje gedurende de winter. Houd het op 4 tot 10 graden voor de zekerheid. Ook niet te hoog, want dan krijgen de planten niet de rust, die ze nodig hebben om bloemen te gaan maken. In het vroege voorjaar mogen de planten voorzichtig een keer water, een week of twee later weer eens en dan zo langzamerhand meer tot in hartje zomer twee of drie keer per week. Als de plant groeit, mag ze ook een beetje mest. In de herfst moet het water geven verminderd worden tot aan eind oktober. Misschien mogen de planten in november nog eens een flinke scheut, maar van dan af tot eind februari staan ze droog. In de szomer mag de temperatuur best hoog oplopen, tot boven de 40 graden als die in de nacht maar fors daalt.

In het wat beperkte licht achter het glas van een kas groeien deze cactussen hier anders dan op hun oorspronkelijke groeiplaatsen. Ze worden wat ieler en lichter van kleur. Met wat bijverlichting met een breedspectrumlamp met in ieder geval een deel ultraviolet wordt de groeivorm wat natuurlijker. Buiten hebben deze planten, zeker de dichtbedoornde soorten, geen bescherming tegen de zon nodig.

De groeivorm is variabel. De meeste soorten zijn op de een of andere manier zuilvormig, maar sommige hebben liggende of kruipende stengels. Soms vertakken de planten zich aan de voet en vormen zich korte, stekelige zuiltjes. Die breken soms makkelijk af en blijven dan met de gezaagde doorns haken aan haren van dieren of de kleding van mensen. Op die manier weet de plant zich in de natuur te verspreiden. Zaad wordt verspreid door vogels, die de fraaie bessen eten en dan het zaad elders brengen. Zaaien gaat betrekkelijk makkelijk op een mengsel van potaarde en grof zand. De kleine zaden kiemen in het licht. Het is aan te bevelen de pot na het zaaien te doordrenken met water en dan goed te laten uitdruipen. Op die manier maakt het zaad goed contact met de aarde.

Verpot de planten regelmatig, liefst elk jaar. Ze hoeven niet per se in een grotere pot komen te staan als ze maar wat verse aarde bij de wortels krijgen. Een mengsel van halfom potaarde en grof zand met een beetje toegevoegde humus werkt goed.