Palmblad.nl

exotische dieren en planten

Mieren

Posted by admin on aug 11, 2011 under

WordPress databasefout: [Table 'lijfrent_palm.wp_automaticSEOlinks' doesn't exist]
select * from wp_automaticSEOlinks where idGroup=0

Het hoort natuurlijk niet. Als schrijver over exotische dieren hoor je niet snel ergens verbaasd over te zijn, maar een mierenwinkel? In de deelgemeente Steglitz in Berlijn is de eerste ‘Antstore’. Ik sprak er met de eigenaar, Martin Sebesta, over de hobby mieren houden.

De mierenwinkel

Op een koude februaridag is het niet erg druk in de winkel. „In de winter verkopen we hoofdzakelijk parafernalia eromheen. Kolonies kunnen we niet verkopen, want de inheemse soorten zijn in winterslaap en de tropische kun je met dit weer niet versturen.” De winkel is gevuld met allerlei ‘formicaria’, zoals de bakken, die speciaal voor mieren worden gemaakt, heten. Ze zijn er in alle maten en voor alle soorten. De bedoeling is, dat ze enig beeld geven van het leven van mieren, dat zich grotendeels onder de grond afspeelt. De formicaria zijn vaak zo gemaakt, dat juist het ondergrondse gedeelte te zien is. Een aantal blijkt gepatenteerd. Verder zijn er allerlei mogelijkheden om de formicaria uit te breiden door middel van glazen buizen en dergelijke. Sebesta: „Er zijn mensen, die in hun huiskamer een heel complex van formicaria hebben, een wand met mieren eigenlijk.”

Mieren houden

Andere mogelijkheden om mieren te houden zijn eilandjes in een waterbak. Sebesta is er erg op gesteld, dat de mieren in hun formicaria blijven. Het is niet de bedoeling, dat ze door het hele huis gaan lopen en al zeker niet bij de buren. Je moet je hobby in de hand kunnen houden. Maar omdat er altijd wat minder zorgvuldige lieden onder zijn klanten zitten, laat hij zich altijd vrijwaren van de verantwoordelijkheid voor de verschillende volken. Er zijn vier veiligheidsklassen. Met mieren van klasse één loop je geen risico. Mieren van klasse twee zijn tropische soorten, die zich hier niet kunnen handhaven, maar mogelijk in huis wel lastig kunnen worden. Klasse drie zijn dieren, die buiten in een gebouw zouden kunnen overleven. Het laatste type kan schade opleveren voor mensen en/of de inheemse fauna. Klassevierdieren verkoopt Sebesta alleen aan instituten en dergelijke, zeker niet aan particulieren. Voor de verkoop van dieren van klasse twee en drie laat hij zijn klanten een vrijwaringbewijs tekenen: „Ik wil er niet verantwoordelijk voor gehouden kunnen worden voor als anderen hun mieren in huis laten ontsnappen en dat dan een heel woonblok moet worden ontruimd.”

Classificatie

Behalve deze gevarenclassificatie kent de Antstore nog een andere classificatie: de houdbaarheid. Klasse éé is eenvoudig te houden, klasse twee is voor degenen, die al enige ervaring hebben met deze of andere insecten en klasse drie is moeilijk, omdat de dieren speciale temperaturen of een gelijkmatige vochtigheid nodig hebben. En dan zijn er nog verschillende soorten, die eigenlijk niet gehouden kunnen worden, omdat ze speciale omstandigheden nodig hebben. Zo leven mieren van het geslacht Azteca steeds in de holle stammen van bepaalde cecropiasoorten. Deze snelgroeiende, grote bomen profiteren van de bescherming, die deze mieren geven tegen plantenetende insecten en betalen daarvoor met speciale eiwitpakketjes, die ze aan het begin van de bladsteel maken. Zonder cecropia’s maken de azteca’s weinig kans.
Diezelfde aztecasoorten zijn de bewoners van de bekende ‘mierentuintjes’. Verschillende epifytensoorten met aanpassingen voor de huisvesting van mieren worden door mieren verzameld en eventueel van extra voedsel voorzien, waarop dan nog weer meer plantensoorten groeien. Planten van deze mierentuintjes zijn bijvoorbeeld de mierenplanten Myrmecodium, Hydropone en de lecanopterisvarens in Azië en planten als Aechmea mertensi, Anthurium gracile en peperonia’s in Zuid-Amerika. De bijzondere orchideeën van het geslacht Coryanthes worden in de natuur bijna uitsluitend in deze mierentuintjes gevonden. De indruk bestaat, dat de lastige cultuur van deze planten te maken heeft met mieren. Coryanthesorchideeën maken zowel op hun bloemstengels als op nieuwe scheuten ‘mierenbroodjes’: kleine druppeltjes met voor mieren kennelijk aantrekkelijke voedingsstoffen.

De kwekerij

Na deze introductie wil ik wel eens de kwekerij zien. Maar gekweekt wordt er weinig. De mieren, die makkelijk kweken in een beperkte ruimte, zijn vaak dezelfde soorten, die zich snel tot een plaag ontwikkelen. Voor andere soorten is het bijna ondoenlijk de juiste omstandigheden voor de kweek te realiseren. Zo zijn er soorten, die om in een voortplantingsstemming te komen, de geur van andere nesten moeten kunnen opsnuiven. Dat zou dan betekenen, dat je van diezelfde soort een aantal verschillende kolonies bij elkaar moet zetten. Vervolgens maken vele mierensoorten ook nog speciale ‘bruidsvluchten’: „Om die soorten te kweken, zou ik een hele hal ter beschikking moeten hebben…”
De meeste mierenkolonies worden in de natuur verzameld. Het zijn steeds kleine, jonge kolonies: een koningin met een klein aantal werksters. Afhankelijk van de soort bestaat zo een startkolonie uit een tiental tot bijna 100 dieren. De mieren worden uit hun omgeving gehaald, want bodemgrond en dergelijke mogen niet zonder meer worden getransporteerd. Een grote kolonie van zijn koningin beroven betekent eigenlijk de dood voor de kolonie. Om nu die kleine beginnende kolonies te vinden is een hele inspanning. Een mierenkolonie is daarom niet echt goedkoop. De prijzen voor een kolonie variëren van 10 tot enkele honderden euro’s. Daarvoor ontvangt u dus een tien- tot honderdtal mieren…

Miereneiland

Behalve in de genoemde formicaria zijn mieren alleen op een soort van eilanden te houden. Een van de producten is een klein ‘miereneiland’, maar het kan ook eenvoudiger met een plant op een schotel water. Op die manier heeft Sebesta lange tijd een kolonie weefmieren in de winkel verzorgd. Weefmieren behoren overigens tot de populairdere soorten, die bovendien nog wel eens willen voortplanten.
Uiteraard ben ik geïnteresseerd in de mogelijkheden om mieren als voedseldier te gebruiken. Sebesta heeft daar wel een optie voor: een bepaald soort formicarium heeft als achter- en zijwanden enkele kurkschorsstroken met van binnen een speciaal voor mieren gemaakte ruimte.
Faraomieren zijn misschien wel geschikt als voedsel, maar vallen onder veiligheidsklasse vier. „Hoe beter de mieren zich voortplanten, des te groter de kans, dat ze daarin terechtkomen.” Ze worden dus niet aan particulieren geleverd, ook niet met getekend vrijwaringsbewijs. Het gevaar van faraomieren ligt er onder andere in, dat ze zich door een heel gebouw kunnen verspreiden en dat ze vandaaruit – via bagage of iets dergelijks – ook naar nieuwe gebouwen kunnen overstappen. Daarnaast kunnen ze ook ziekteverwekkers overbrengen.
Vuurmieren (Solenopsis sp.) vormen een potentiële bedreiging voor de inheemse natuur en worden om die reden niet verkocht. Het is echter nogal de vraag of iemand daar interesse in heeft.
Bull-ants uit Australië zijn eerder een bedreiging voor personen. De grote mieren kunnen steken en het effect is als dat van een wespensteek: voor wie er allergisch voor is zeker niet ongevaarlijk. Nog erger zijn de steken van Paraponera, de vierentwintiguurmieren. Sebesta relativeert de pijn, die een steek van deze mier veroorzaakt, een beetje, wat mij doet vermoeden dat hij nooit zelf gestoken is. De grote paraponeramieren hebben kolonies van slechts enkele honderden dieren.
De kolonies van bladsnijdermieren (Atta) kunnen in de loop der jaren uitgroeien tot meer dan een miljoen exemplaren. Atta’s zijn lastig te verzorgen, omdat ze nogal wat eisen stellen, maar behoren wel tot de geliefde soorten. Ze leven uitsluitend op de producten van hun schimmel, die zij zelf weer voeren met bladeren. Ze hebben daarom een doorlopende aanvoer van verse bladeren nodig. Daarbij een redelijk constant regenwoudklimaat.

Ziekten

Ziekten komen bij mieren nauwelijks voor. Wel hebben ze soms last van mijten. Grote mieren worden daarom per stuk op mijten onderzocht. Sommige mijtsoorten kunnen een mierenkolonie uitroeien, maar dat zijn wel speciale soorten. Onze huismijten worden eerder door mieren als voedsel gebruikt. De mierenwinkel verkoopt voor het grootste deel via het Internet. Mieren en spullen worden door de hele EU verstuurt, maar Sebesta hoopt op korte termijn 6 à 7 winkels (filialen als het ware) te hebben, waaronder één in Nederland. Een echt handboekje voor het houden van mieren is er nog niet. Wel geeft de Antstore een beginnersgidsje uit: www.antstore.de