Palmblad.nl

exotische dieren en planten

Cyclosernum fasciata, de wespvogelspin of tijgerromp

Posted by admin on feb 5, 2014 under

WordPress databasefout: [Table 'lijfrent_palm.wp_automaticSEOlinks' doesn't exist]
select * from wp_automaticSEOlinks where idGroup=0

Sommige vogelspinnen zijn gewoon mooi van kleur. Deze Costaricaanse soort is er daar één van. Dat maakt hem een aantrekkelijke spin voor verzamelaars en voor degenen, die met vogelspinnen willen beginnen. Het is echter een wat raadselachtig dier, dat weliswaar regelmatig wel ergens gekweekt wordt, maar waarover nog steeds veel vragen openstaan. Eigenlijk is de spin maar even, zo rond 1994, goed in de vogelspinnenhobby vertegenwoordigd geweest. Daarna is hij min of meer verdwenen, maar af en toe worden er zomaar weer nakweekspinnen aangeboden.

Het zijn snelgroeiende spinnen, die binnen een jaar geslachtsrijp kunnen worden. Dat wil zeggen, de mannetjes. Vrouwtjes hebben daar iets meer tijd voor nodig. Een bevrucht vrouwtje kan zo rond de vijfhonderd eieren leggen in een onderaardse gang. In de terrariumpraktijk dus in een zelfgegraven holletje onder een stuk kurk. De jonge spinnen zijn erg klein, maar groeien snel. Bij zo een relatief snelle groei is het belangrijk, dat de dieren voldoende afwisselend voedsel krijgen, anders doen zich op den duur gebreksverschijnselen voor.

Deze spin leeft op de bodem van Costaricaanse bossen en houdt van een constante temperatuur tussen de 23 en 25 graden en een niet overdreven hoge luchtvochtigheid, zo rond de 70%. Als een echte bodembewoner heeft hij meer aan oppervlakte dan aan hoogte. Een terrarium moet minstens 25 x 40 cm bodemoppervlak hebben voor éé spin, ook al is het niet zo’n hele grote soort. Een dikke bodemlaag kan hij wel gebruiken. Deze spin graaft een beetje en wil daarom eem rulle, turfachtige bodemlaag van zeker tien centimeter dik. Om het natuurlijke milieu na te bootsen is het goed een paar grote, niet te snel rottende, dode bladeren op de bodem te leggen. Denk daarbij aan een blad van Ficus elastica of van een magnoliaboom. Een stuk wortelhout maakt de omgeving interessant voor het dier. Ze schuilen graag onder een stuk kurkschors, dat op de bodem ligt. Belangrijk is, dat ze altijd een schaal vers water tot hun beschikking hebben. Als die schaal breed genoeg is, is dat tevens een goede bijdrage aan de luchtvochtigheid.

Over het karakter van deze spinnen lopen de meningen nogal uiteen. De meesten vinden hem nogal nerveus. Jonge dieren zijn een stuk rustiger en wellicht hebben degenen, die deze spin als rustig beschrijven nog jonge dieren op het oog. In geval van bedreiging trapt deze spin ook met zijn achterpoten langs zijn lijf en stuurt zo een wolk brandharen op de belager af.